Zekeringkast bekabelen

Geplaatst: April 23, 2020
Schneider zekeringkast bekabelen

Alvorens je de zekeringkast of verdeelkast op zijn definitieve plaats hangt, kan je deze best eerst voorbekabelen. Het zelf bekabelen van je zekeringkast lijkt misschien een grote uitdaging, maar biedt wel heel wat voordelen. Bij een voorbedrade verdeelkast ligt de invulling namelijk al vast en kan je de zekeringkast dus minder eenvoudig afstemmen op jouw woning.

Onze Solyd-specialisten leggen je in enkele stappen uit hoe je zelf jouw zekeringkast kan bekabelen.

 

Kies de geschikte zekeringkast

Wanneer je een nieuwe zekeringkast wilt aankopen, heb je keuze tussen verschillende groottes. Die wordt meestal uitgedrukt in het aantal modules en/of rijen. Met modules wordt de totale beschikbare ruimte bedoeld voor het plaatsen van de automatische zekeringen, differentieelschakelaars of andere modulaire functies. Op basis van het eendraadschema van jouw woning kan je nagaan hoeveel modules je nodig hebt voor jouw zekeringkast.

De meest gebruikte zekeringkast in een standaard woning is de 54 module verdeelkast met 3 rijen van 18 modules. Een standaard automatische zekering van 16 A is twee modules breed. Op die manier kan je dus in een dergelijke verdeelkast maximum 25 automatische zekeringen monteren en 2 verliesstroomschakelaars. Al zal deze situatie zich in de meeste gevallen niet voordoen, want de meeste woningen hebben gemiddeld zo’n 18-20 kringen.

We raden je ook aan om een iets grotere zekeringkast aan te schaffen. Het is niet alleen praktischer bij een eventuele uitbreiding in een later stadium, maar het is ook wettelijk verplicht. Zo moet je telkens 20% reserve rekenen bij de aankoop van een nieuwe zekeringkast. Op die manier kan je alle kringen voldoende opsplitsen en wordt overbelasting vermeden

Plaats de DIN-rails

Een DIN-rail is een metalen rail waarop je makkelijk de onderdelen van je zekeringkast kan monteren zonder bevestigingsmateriaal. Een DIN-rail wordt daarom ook wel eens snelbevestigingsrail of snelbevestigingsprofiel genoemd. Bij de meeste zekeringkasten zullen deze DIN-rails reeds bevestigd zijn. Moest dit nog niet het geval zijn, dan bevestig je deze eerst alvorens aan de volgende stap te beginnen.

Plaats de differentieels en de automaten

Plaats je algemene (hoofd)differentieelschakelaar van 300 mA op de rail. Deze is geschikt voor de droge kringen en wordt meestal onderaan links in de kast geplaatst, waar de voedingskabel binnenkomt van de meterkast. Plaats ook de differentieelschakelaar van 30 mA voor de vochtige kringen op de DIN-rail. Houd er rekening mee dat de differentieelschakelaar van 30 mA ook moet aangesloten worden op de hoofddifferentieelschakelaar en moet geschakeld zijn voor de kringen van de wasmachine, droogkast, badkamer en vaatwasmachine.

Vul vervolgens de rest van zekeringkast verder op met automatische zekeringen. Gebruik automatische zekeringen van maximum 20 A voor de verschillende kringen stopcontacten. Op een kring met stopcontacten mogen maximum acht stopcontactgroepen geplaatst worden. Gebruik voor de verlichting automatische zekeringen van maximum 16 A. Voor gemende kringen, waar zowel stopcontacten als verlichting op aangesloten zijn, gebruik je ook automaten van 16 A. Je kan hier eventueel ook gaan voor een automatische zekering van 20 A, omdat schakelaars maximum 16 A gebruiken.

Verbind de modules met een rail of kamgeleider

Verbind de differentieelschakelaars en automatische zekeringen onderling met een kamgeleider.

Welke kamgeleider je nodig hebt, hangt af van het type elektrische installatie die je hebt. Zo gebruik je in een standaard woning met monofasige of eenfasige aansluiting een monofasige kamgeleider. Wil je zwaardere elektrische installaties aansluiten? Dan vraag je beter een driefasige aansluiting aan bij de netbeheerder. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer je de elektrische wagen sneller wilt opladen. Afhankelijk van de stroomverdeling kan je dan kiezen tussen een N-L1-L2-L3 of een N-L1, N-L2, N-L3 kamgeleider. De eerste is geschikt voor 4 polige automaten. De laatste kamgeleider wordt daarentegen gebruikt bij monofasige automaten. Op die manier wordt het beschikbare vermogen van het net mooi verdeeld over de verschillende lijnen en verbruikers.

Zaag nu de kamgeleiders af op de juiste lengte. Je kan de kamgeleider ook iets langer laten, om zo nog reserveplaatsen te laten voor eventuele uitbreiding. Het inkorten van de kamgeleider doe je best met een handijzerzaag. Verwijder na het zagen zeker het koperzaagsel, want dat kan kortsluitingen veroorzaken. Zet de isolerende eindstukken op beide kanten van de kamgeleider.

Om de kamgeleider te bevestigen, zet je de klemmetjes onderaan de automatische zekeringen en differentieelschakelaars open. Schuif de kamgeleider in de openingen en schroef alles opnieuw vast. Dit doe je met een schroevendraaier of een schroefmachine op de laagste stand. Heb je nog vrije plaatsen over op je kamgeleider? Werk deze reservekammen dan af met beschermkappen om elektrocutie tegen te gaan.

Bekabel de zekeringkast

Neem vervolgens een VOB geleider van 10mm² en ontstrip het uiteinde zodat de kabel goed contact maakt met de automaat of differentieel. Verbind nu de onderkant van de hoofddifferentieelschakelaar (300 A) met de onderkant van de eerste (aansluitende) automatische zekering. Maak op dezelfde manier verder de verbindingen met de andere rails in de zekeringkast. Verbind ook de onderkant van de hoofdverliesstroomschakelaar met de onderkant van de verliesstroomschakelaar van 30 A voor vochtige ruimtes.

Controleer tot slot nog eens met een schroevendraaier of alle schroeven goed vast zitten. Je verdeelkast is nu klaar om gemonteerd te worden in je woning.

Bel ons op 03 376 50 50